Ruimtetuigen
Het Amerikaanse X-37B ruimtetuig is een klein onbemand ruimteveer dat gebruikt wordt door de United States Air Force (USAF) en gebouwd werd door het lucht- en ruimtevaartbedrijf Boeing. Oorspronkelijk werd de X-37B, net als zijn voorganger, ontworpen door het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA. Toen het hele project overgegeven werd aan het Amerikaanse ministerie van defensie werd de X-37B een geheim militair project. Zijn geheime status zorgt dan ook voor de meest wilde speculaties als zou de X-37B door zijn eigenschappen gebruikt worden voor het uittesten van wapens in een baan om de Aarde. Volgens officiële berichten wordt dit ruimtetuig enkel maar gebruikt voor het uittesten van nieuwe technologieën of systemen. In 2010 werd de X-37B een eerste maal in de ruimte gebracht tijdens de OTV-1 missie waarna het ruimteveer 224 dagen in de ruimte verbleef. Dit was de eerste maal in de geschiedenis dat de Verenigde Staten een onbemand ruimteveer in de ruimte brachten.
Hermes was de naam van een Europese klein ruimteveer dat veel gelijkenissen vertoonde met het Amerikaanse X-20 project en vooral gepromoot en gesteund werd door het Franse ruimtevaartagenstchap CNES samen met enkele Franse ruimtevaartbedrijven zoals Aerospatiale. De officiële start van dit ambitieus Frans-Europees ruimtevaartproject werd in november 1987 gegeven. Indien alles goed zou verlopen zou Hermes zijn eerste vlucht gemaakt hebben in 1995. Wegens wijzigingen in het Europese ruimtevaartbeleid en een te hoog oplopend prijskaartje werd er echter nooit een Europees ruimteveer gebouwd of gelanceerd. Na het stopzetten van dit project besloot ESA zich definitief toe te leggen op onbemande ruimtevaart en de verkenning van ons zonnestelsel. Uiteindelijk bleek Hermes toch een mooie erfenis te hebben nagelaten aangezien de krachtige succesvolle Ariane 5 draagraket ontwikkeld werd om dit kleine ruimteveer te kunnen lanceren.
De Russische Progress ruimtetuigen zijn onbemande bevoorradingscapsules die in de ruimte gebracht worden door middel van Russische Soyuz draagraketten en waarvan het ontwerp afgeleidt werd van dat van de Soyuz ruimtetuigen. Toen de Sovjet Unie begin de jaren 70 begon met zijn langdurige bemande ruimtemissies zocht men een manier om kosmonauten in de ruimte te bevoorraden aangezien deze maar een beperkte hoeveelheid cargo konden meenemen met de Soyuz ruimtecapsules. Zo ontwikkelde het ontwerpbureau TsKBEM een variant van de Soyuz capsule die zich kon koppelen aan de Salyut ruimtestations en aan boord kon vracht die noodzakelijk was voor de ruimtevaarders. Deze Progress bevoorradingsmodule bleek later van essentieel belang te zijn in het bemande Russische ruimteprogramma en is vandaag de dag een belangrijk onderdeel uit het International Space Station project doordat het dit ruimtestation drie tot vier maal per jaar voorziet van nieuwe levensmiddelen, brandstof en experimenten.
Toen het Amerikaanse Space Shuttle tijdperk in 2011 ten einde kwam, werd het al gauw duidelijk dat commerciële ruimtevaartbedrijven een steeds grotere rol zouden gaan spelen in de bemande ruimtevaart. Eén van de grote spelers op vlak van commerciële ruimtevaart is het Amerikaanse bedrijf Space Exploration Technologies Corporation (SpaceX) dat in 2002 opgericht werd door ondermeer Elon Musk die eerder ook al één van de mede-oprichters was van PayPal. In eerste instantie richtte SpaceX zich vooral op de ontwikkeling van een eigen draagraket maar in 2005 liet het jonge ruimtevaartbedrijf ook weten een eigen ruimtecapsule te ontwikkelen dat zowel vracht alsook mensen in de ruimte moet brengen. Het ontwerp van dit ruimtetuig werd door het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA positief onthaald met als gevolg dat SpaceX een contract ondertekende met NASA voor de bevoorrading van het internationaal ruimtestation ISS. Door dit contract mag SpaceX in opdracht van NASA twaalf onbemande ISS-bevoorradingsvluchten uitvoeren en werd het bedrijf officieel één van de twee commerciële partners in de bevoorrading van het internationaal ruimtestation. De kosten voor de demonstratievluchten worden door NASA in het kader van een ontwikkelstimulatieprogramma (Commercial Orbital Transportation Services - COTS) gefinancierd.