Civiele satellieten
Dong Fang Hong 1 is de naam van China's eerste satelliet. De 173 kilogram zware kunstmaan werd op 24 april 1970 in de ruimte gebracht waardoor China op dat moment het vijfde land in de wereld (na de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, Frankrijk en Japan) werd dat op eigen kracht een satelliet in de ruimte kon brengen. Het ruimtetuigje had de vorm van een polyhedron (veelvlak) met 72 vlakken en had een diameter van ongeveer 1 meter. Aan boord van de Dong Fang Hong 1 satelliet bevond zich ondermeer een radiozender die het Chinese patriotische lied 'The East is Red' uitzond op een frequentie van 20.009 Hz toen deze rondom de Aarde draaide. China zette met de DFH-1 satelliet een grote stap vooruit in de ontwikkeling van zijn eigen ruimtevaartprogramma. De Aziatische grootmacht beschikte nu niet enkel over de kennis en technologie om een satelliet te bouwen, maar kreeg ook toegang tot de ruimte door het succes van de eerste Long March (CZ) draagraket. In Westerse landen is de DFH-1 satelliet ook gekend onder de namen 'Mao 1' en 'China 1'.
Explorer 1 was de eerste kunstmaan die met succes in de ruimte gebracht werd door de Verenigde Staten. Deze 14 kilogram zware satelliet werd op 31 januari 1958 met behulp van een Juno I raket in de ruimte gebracht vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida en bleef in een baan om onze planeet tot 31 maart 1970 waarna het tuig opbrandde in de atmosfeer van de Aarde. Deze eerste Amerikaanse satelliet werd ontwikkeld en gelanceerd in het kader van het International Geophysical Year. Dankzij de Explorer 1 ontdekte men stralingsgordels rond de Aarde die we vandaag de dag kennen als de ‘Van Allen-gordels’. Explorer 1, ook gekend onder de naam ‘1958 Alpha 1’, gaf de Verenigde Staten na enkele tegenslagen eindelijk toegang tot de ruimte wat uiteindelijk leidde tot de start van een ruimtewedloop tussen twee grote naties die nog vele jaren zou duren.
Spoetnik 2 was 's werelds tweede ruimtetuig dat in een baan om de Aarde gebracht werd. Net geen maand na de lancering van de eerste Spoetnik lanceerde de Sovjet-Unie op 3 november 1957 met succes de Spoetnik 2 kunstmaan die het Westen opnieuw deed schrikken aangezien zich aan boord van 's werelds tweede ruimtetuig voor het eerst een levend wezen bevond. Het hondje Laika zal dankzij deze ruimtevlucht voor eeuwig geassocieerd worden met ruimtevaart. Dankzij dit hondje kregen Russische wetenschappers de bevestiging dat een levend wezen een lancering en gewichtloosheid kon overleven mits aangepaste technologie en overlevingsmiddelen.
De Amerikaanse TIROS-1 kunstmaan was ‘s werelds eerste succesvolle weersatelliet. Deze eerste Television Infrared Observation Satellite (TIROS) ging op 1 april 1960 de ruimte in en zond als eerste vanuit een baan om de Aarde televisiebeelden terug naar de Aarde van het weer. De kunstmaan werd ontworpen en gebouwd door de Radio Corporation of America (RCA) onder toezicht van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA en de U.S. Army Signal Research and Development Laboratory in New Jersey. Dankzij deze eerste TIROS satelliet kregen meteorologen en onderzoekers nu voor het eerst vanuit de ruimte beelden te zien van het weer waardoor het nut van weersatellieten hierdoor meteen werd bewezen. Dit was de eerste maal in de geschiedenis dat weerkundigen in staat waren om bewegingen van wolken op grote schaal te volgen. Op één van de vele opnamen die gemaakt werden door TIROS-1 was ondermeer een cycloon te zien.
Ohsumi was de naam van Japans eerste kunstmaan. Deze bijna 25 kilogram zware satelliet werd op 11 februari 1970 in de ruimte gebracht door een Japanse L-4S-5 raket vanop het Kagoshima Space Center. Tussen 1966 en 1969 had Japan al vier pogingen ondernomen om deze satelliet in de ruimte te brengen maar deze missies liepen telkens slecht af. Japan ontwikkelde al sinds de jaren '50 raketten ('Pencil' raketten) maar slaagde er nooit in om een vracht in een baan om de Aarde te brengen. Uiteindelijk werd Japan in februari 1970 het vierde land ter wereld (na Rusland, de Verenigde Staten en Frankrijk) dat op eigen kracht met succes een kunstmaan kon in een baan om de Aarde brengen. Dankzij de experimentele testsatelliet Ohsumi kreeg Japan toegang tot de ruimte en kon de Aziatische grootmacht starten met zijn eigen ruimtevaartprogramma.
Studenten toegang geven tot de ruimte was eind de jaren ’90 een nieuwe uitdaging in de ruimtevaart. Tal van universiteiten en onderzoeksinstellingen over de hele wereld gaven al verschillende jaren specifiek gerichte opleidingen aan studenten die zich focusten op nieuwe technologieën en onderzoeken die zouden kunnen toegepast worden in de ruimtevaart. Hierdoor droomden vele universiteiten luidop van de ontwikkeling van een eigen satelliet die vroeg of laat in de ruimte zou kunnen gebracht worden. Op deze manier zouden studenten technologieën en instrumenten uitvoerig kunnen testen in een baan om de Aarde. De ontwikkelings- en lanceerkosten van een eigen satelliet liepen echter veel te hoog op waardoor dergelijke projecten geen plaats hadden in de begrotingen van veel universiteiten. Toen de Amerikaan Bob Twiggs van de Stanford University samen met Jordi Puig-Suari van de California Polytechnic State University (Cal Poly) in 1999 het CubeSat concept ontwikkelde, kwam de ‘studentensatelliet’ voor het eerst in de geschiedenis in beeld.
Echo 1A was de naam van de eerste Amerikaanse passieve communicatiesatelliet. Deze bijzondere kunstmaan maakte deel uit van NASA's Project Echo en werd op 12 augustus 1960, amper drie jaar na de lancering van de Spoetnik, succesvol gelanceerd. Een eerdere poging om de eerste Echo-kunstmaan te lanceren mislukte doordat de Delta-draagraket explodeerde tijdens de lancering (vandaar de naam Echo 1A). De Verenigde Staten en de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA speelden al sinds het begin van de ruimtevaart met het idee om radiosignalen te versturen naar de ruimte waar ze uiteindelijk opnieuw verstuurd zouden worden naar een andere locatie op Aarde. Om dit te realiseren begon men met de meest eenvoudige vorm van communicatie namelijk signalen laten terugkaatsen die verstuurd worden naar een reflecterend materiaal. Deze vorm van 'passieve' communicatie werd gebruikt bij de Echo 1A satelliet en leidde tot de eerste Amerikaanse radioverbindingen via satelliet.
Vandaag de dag is een groot deel van de wereld afhankelijk van het Amerikaanse militaire Global Positioning System (GPS) voor positiebepaling en navigatie. Wie beschikt over een dergelijk systeem met wereldwijde dekking heeft een enorme macht in handen aangezien vandaag de dag tal van sectoren zoals de scheepvaart, luchtvaart of transportsector vrijwel niet meer zonder satellietnavigatie kunnen. De laatste jaren investeerden naties als Rusland en Europa dan ook zeer veel geld in de ontwikkeling van een eigen navigatiesysteem om in de toekomst minder afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten. Zo heeft Rusland zijn eigen GLONASS-systeem dat zijn oorsprong kent uit de Koude Oorlog en is Europa momenteel aan het werken aan het ontplooien van het Galileo-navigatiesysteem. Om China en Azië eveneens minder afhankelijk te maken van het GPS-systeem, besliste China in 2004 te starten met de realisatie van het Compass Navigation Satellite System (CNSS). Dit systeem moet tegen 2014 voor heel Azië navigatiediensten kunnen aanbieden en moet uiteindelijk ook tegen 2020 wereldwijd kunnen gebruikt worden. Naast het prestigieuze Chinese bemande ruimteprogramma behoort het Compass Navigation Satellite System eveneens tot één van de grootste Chinese ruimtevaartprojecten. Het wordt hoe langer hoe meer duidelijk dat China ons vroeg of laat de weg zal wijzen.
Het Amerikaanse Landsat programma begon officieel op 23 juli 1972 toen de Verenigde Staten met succes de Landsat 1 satelliet in een baan om de Aarde brachten. Deze satelliet heette, net als het programma, oorspronkelijk 'Earth Resources Technology Satellite' (ERTS) en werd in de ruimte gebracht vanop de Vandenberg lanceerbasis in Californië door een Delta 900 draagraket. Nadat het in 1975 duidelijk werd dat er meer van dit soort satellieten zouden gelanceerd worden, veranderde men het ERTS-programma in 'Landsat'. Landsat 1 was de eerste satelliet die ontwikkeld werd voor uitsluitend onderzoek van het aardoppervlak. Tot voor Landsat 1 verkregen de Verenigde Staten enkel beeldmateriaal van het aardoppervlak door middel van militaire spionagesatellieten. Het Landsat ruimteprogramma is vandaag de dag het langst lopende aardobservatieprogramma. Dankzij dit satelliet fotografieprogramma werden er al miljoenen foto's van onze planeet geachiveerd die van groot belang zijn voor wetenschappelijk onderzoek naar veranderende omstandigheden op de Aarde. Daarnaast worden landsat-foto's ook gebruikt voor toepassingen op vlak van onderwijs, landbouw, stedenbouw, bosbeheer, oceanologie en geologie.