Europese sterrenkundigen hebben met behulp van ESO's Very Large Telescope (VLT) in Chili voor het eerst kunnen aantonen dat een magnetar (soort neutronenster met een ongelooflijk sterk magnetisch veld) ontstaan is uit een een ster die zeker 40 maal zo zwaar was als onze zon. Deze bevindingen zijn in strijd met de hangbare kennis over de evolutie van sterren aangezien astronomen er van uitgaan dat dergelijke sterren eindigen als een zwart gat. Hierdoor ontstaat de vraag hoe zwaar een ster wel moet zijn om een zwart gat te kunnen worden. De Europese astronomen hebben voor deze ontdekking de bijzondere sterrenhoop Westerlund 1 zeer gedetailleerd waargenomen met het FLAMES-instrument. Deze sterrenhoop bevindt zich op een afstand van 16 000 lichtjaar en in het sterrenbeeld Altaar en bevat honderden zeer zware sterren. Sommige van deze sterren produceren een miljoen keer zoveel licht als onze zon en zijn bijna 2 000 maal zo groot. In Westerlund 1 bevindt zich één van de weinig gekende magnetars waarvan het magentisch veld duizend biljoen maal zo sterk is als dat van de Aarde. Doordat deze magnetar zich in deze sterrenhoop bevindt, moet hij zijn ontstaan uit een ster die minstens veertig maal zo zwaar was als de zon.
Een internationaal team van astronomen heeft met behulp van instrumenten van ESO's Very Large Telescope (VLT) in Chili en archiefgegevens van de Hubble Space Telescope de zwaarste ster ooit ontdekt. Een van de onderzochte sterren door het team, dat onder leiding stond van Paul Crowther, was bij zijn geboorte meer 300 maal zo zwaar als onze zon en maakt deel uit van de sterrenhoop R136. Deze verzameling van zware en hete sterren bevindt zich in de Tarantulanevel en maakt deel uit van de Grote Magelhaense Wolk. De zwaarste ster ooit is iets meer dan een miljoen jaar oud en heeft in zijn korte leven al een vijfde van zijn massa afgestoten door zijn enorme omvang. Momenteel is de ster 265 maal zo zwaar als onze zon en bij zijn geboorte moet R136a1 maar liefst 320 zonmassa's gehad hebben. Indien deze gigantische ster zich op de plaats zou bevinden van onze zon, zou het verschil in licht net zo groot zijn als dat tussen de maan en de zon. R136a1 is hierdoor nu niet enkel de zwaarste ster maar is nu ook de ster met de grootste lichtkracht (10 miljoen keer zo groot als de zon). In de sterrenhoop R136 bevinden zich slechts vier sterren die bij hun geboorte zwaarder waren dan 150 zonmassa's. Toch produceren de vier sterren samen bijna de helft van de deeltjeswind en het stralingsvermogen van de totale sterrenhoop die uit meer dan 100 000 sterren bestaat. Dergelijke zware sterren zijn zeer uitzonderlijk en ontstaan enkel in zeer compacte sterrenhopen. Zware sterren kennen een korte levensduur en produceren een zeer sterke deeltjeswind waardoor deze sterren hun geheimen niet makkelijk prijsgeven voor sterrenkundigen.
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft door middel van de Cosmic Origins Spectrograph aan boord van de Hubble ruimtetelescoop en observatoria op Aarde een ster ontdekt die met grote snelheid door het heelal raast. Volgens de astronomen behoorde de ster ooit toe aan de sterrenhoop R136 die deel uitmaakt van de Grote Magelhaense Wolk. De ster verplaatst zich met een snelheid van 400 000 kilometer per uur en maakt deel uit van de 'sterrenfabriek' 30 Doradus dat beter bekend is als de 'Tarantula Nebula'. Met de snelheid van de ster zou de mens op twee uur tijd heen en terug kunnen reizen naar de maan. Het stervormingsgebied 30 Doradus is bekend om zijn zware sterren aangezien hier al sterren zijn ontstaan die meer dan honderd maal zo zwaar zijn als onze zon. De ontsnapte ster zou een massa hebben van ongeveer 90 maal die van de zon en een leeftijd van één tot twee miljoen jaar. Wat de reden is voor de enorme snelheid waarmee de ster zich voortbeweegt, is tot op heden nog steeds onduidelijk maar men vermoed dat de ster is weggeslingerd na een ontmoeting met nog één of meerdere zware sterren. Inmiddels zou de jonge ster al een afstand afgelegd hebben van 375 lichtjaar.
Twee Japanse en een Duitse astronoom hebben een cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 9,6 miljard lichtjaar. Deze nieuwe ontdekking werd gedaan met de Europese XMM-Newton ruimtetelescoop. De pas ontdekte cluster behoort nu tot één van de verst gekende clusters. Eind 2009 werd ook al met de XMM-Newton telescoop een cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 10,2 miljard lichtjaar. Sterrenkundigen ontdekten in het verleden al sterrenstelsels op een afstand van 13 miljard lichtjaar maar dit waren enkelingen. De ontelbare sterrenstelsels in het heelal zijn niet gelijkmatig verdeeld maar vormen denkbeeldige 'slierten' of 'draden'. Wanneer twee of meerdere van deze denkbeeldige slierten elkaar raken en er zich meer dan 50 sterrenstelsels bevinden, spreken we van een cluster. Clusters op grote afstanden (meer dan 9 miljard lichtjaar) lijken zeer zeldzaam aangezien deze volgens de huidige theorieën slechts vier miljard lichtjaar hebben nodig gehad om zich te vormen. Clusters beschikken over een grote hoeveelheid intergalactisch gas dat zeer heet is en röntgenstraling uitzendt. Hierdoor kan een röntgenobservatorium als XMM-Newton deze makkelijker detecteren. Ook ons Melkwegstelsel maakt deel uit van een cluster dat we de 'Lokale Groep' noemen. In deze Lokale Groep bevindt zich ook de Andromedanevel en een veertigtal andere sterrenstelsels.
Op donderdag 6 mei maakte het Europese ruimtevaartagentschap ESA in het Nederlandse Noordwijk de eerste wetenschappelijke resultaten bekend van de Europese ruimtetelescoop Herschel. Op de getoonde infraroodopnamen zijn nooit eerder waargenomen details te zien van het ontstaan van sterren. Zo werd een ster-in-wording ontdekt in het stervormingsgebied RCW 120 die binnen enkele honderdduizenden jaren zal evolueren tot wellicht één van de grootste en helderste sterren uit ons Melkwegstelsel. De ster is momenteel al acht tot tien maal zo zwaar als onze zon en slokt nog steeds materie op uit een omringende wolk die nog genoeg gas en stof heeft ter waarde van 2 000 zonnen. Dergelijke zware sterren zijn heel zeldzaam en over hun ontstaansproces was tot op heden nog niet veel geweten. Volgens de huidige sterrenkundige kennis die wetenschappers hebben, kan een dergelijke zware ster zich niet eens vormen. RCW 120 bevindt zich op een afstand van 4 300 lichtjaar van ons. Herschel werd op 14 mei 2009 in de ruimte gebracht en begon een maand later met waarnemen.
Astronomen zijn tot de conclusie gekomen dat een mysterieuze bron van radiostraling in het sterrenstelsel M82 wellicht een microquasar is. Deze vaststelling werd op 14 april bekend gemaakt op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. Microquasars zijn zwarte gaten die zich in een baan bevinden om een gewone ster en waarbij gas van de ster in het zwarte gat valt. Dit veroorzaakt twee krachtige straalstromen van snel bewegende gasdeeltjes die sterrenkundigen 'jets' noemen. Kenmerkend aan deze jets is dat deze radiostraling uitzenden. Het sterrenstelsel M82 is een actief stelsel dat zich op een afstand bevindt van ongeveer 10 miljoen lichtjaar. In mei 2009 ontdekten sterrenkundigen plots een mysterieuze bron van radiostraling nabij de kern van het sterrenstelsel. Onderzoekers concludeerden al snel dat de bron geen overblijfsel was van een supernova explosie aangezien hun helderheid in de loop van de tijd afneemt. De mysterieuze bron behield echter op radiogolflengten zijn helderheid en uit metingen blijkt ook dat de bron zich verplaatst. Astronomen gespecialiseerd in radioastronomie van het Jodrell Bank Observatory zijn er nu van overtuigd dat de bron een microquasar is.
Astronomen tonen bestaan aan van rondzwevende sterrenhopen
Zuid-Koreaanse astronomen hebben het bestaan kunnen aantonen van zogenaamde rondzwevende sterrenhopen tussen sterrenstelsels. Deze ontdekking kwam tot stand na analyse van opnamen van de Virgocluster. Deze cluster bestaat uit ongeveer 2 000 sterrenstelsels en bevindt zich in het noordelijk deel van het sterrenbeeld Maagd op een afstand van 50 miljoen lichtjaar. Astronomen vermoeden al enkele tientallen jaren dat er in de uitgestrekte lege ruimten tussen sterrenstelsels bolvormige sterrenhopen rondzweven die wellicht restanten zijn van dwergsterrenstelsels die in de loop der tijd door grotere stelsels werden opgeslokt. Deze bolvormige sterrenhopen zijn zelfs tot op een afstand van 5 miljoen lichtjaar van het centrum van de Virgocluster terug te vinden. Bolvorige sterrenhopen bestaan uit enkele honderdduizenden sterren en behoren tot de oudste gekende objecten. Volgens de eerste schattingen zouden er zich in de Virgocluster 1 500 rondzwevende bolvormige sterrenhopen bevinden maar wellicht ligt het aantal nog veel hoger.
Astronomen ontdekten in 2008 enkele verafgelegen clusters van sterrenstelsels die met een snelheid van 3 miljoen kilometer per uur gezamenlijk dezelfde kant op bewegen. Nader onderzoek door Alexander Kashlinsky van NASA's Goddard Space Flight Center bevestigde deze intergalactische optocht en toonde uiteindelijk aan dat deze veel omvangrijker is dan men eerst dacht. Deze collectieve beweging van sterrenstelsels kreeg de naam 'donkere stroom' en blijkt zich uit te strekken over een afstand van ongeveer 2,5 miljard lichtjaar. Wat de oorzaak is van de collectieve beweging is nog steeds onduidelijk maar alles wijst erop dat een massaconcentratie de sterrenstelsels aantrekt. De snelheid waarmee de clusters zich voortbewegen staat los van de uitdijing van het heelal en wordt niet groter naarmate ze zich verder van ons bevinden. De intergalactische optocht beweegt zich ongeveer in het verlengde van de verbindingslijn tussen ons en het sterrenbeeld Centaurus en Hydra. Toch kan men niet met zekerheid zeggen of de clusters naar ons toe komen of ze zich verder af begeven.
Sterrenkundigen zijn er in geslaagd om een zwart gat te 'wegen' dat zich in een ander sterrenstelsel bevindt. Het zwart gat maakt deel uit van het sterrenstelsel NGC 300 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 6 miljoen lichtjaar. Met behulp van de Very Large Telescope in Chili hebben de astronomen kunnen achterhalen dat het zwart gat een massa heeft van minimaal 15 zonmassa's en deze samen met een zware ster een dubbelster systeem vormt. Dit is het op één na zwaarste stellaire zwarte gat dat tot nu toe gevonden werd. Sterrenkundigen hebben weliswaar in het verleden al veel zwarte gaten ontdekt, maar deze zijn bekend als 'superzware zwarte gaten' en bevinden zich in de kernen van sterrenstelsels. Enkele jaren geleden ontdekte men al met de XMM-Newton en Swift röntgensatellieten het stellaire zwarte gat in NGC 300 doordat de materie die het zwart gat opslokt van zijn naburige ster extreem hoge temperaturen bereikt en hierdoor een bron van röntgenstraling wordt. Wellicht is het zwart gat een overblijfsel van een zware ster die als een supernova uit elkaar gespat is. De begeleidende ster die bij het zwart gat hoort, nadert eveneens zijn einde en zal wellicht over minder dan 1 miljoen jaar eveneens eindigen als zwart gat.
Astronomen maken zich zorgen op een dubbelster dat zich in het sterrenbeeld Pyxis bevindt. Dubbelster 'T Pyxidis' dreigt te exploderen en ondanks zijn afstand tot de Aarde (3.620 lichtjaar) zou een supernova-explosie desastreuze gevolgen kunnen hebben voor het leven op Aarde. Het systeem bestaat uit een normale grote ster waarvan materie overgedragen wordt naar een nabij gelegen witte dwerg. Deze overdracht van materie zorgt ervoor dat er gemiddeld om de twintig jaar thermonucleaire ontploffingen plaatsvinden op het oppervlak van de witte dwerg. Een laatste dergelijke ontploffing dateert van 1967. Astronomen vrezen nu dat de ster al zijn materie opspaart tot deze te zwaar wordt en ze uiteindelijk zal eindigen in een supernova-explosie. Bij een dergelijke explosie zou tot tien miljoen keer zoveel energie vrijkomen als bij een 'gewone' stellaire explosie. Ondanks de verre afstand tot de Aarde zou ook onze planeet de gevolgen dragen van deze superna-explosie aangezien de uitgestoten gammastraling onze beschermende ozonlaag volledig zou verwoesten.