Europa gaat naar Jupiter en zijn manen
De wetenschappelijke programmacommissie van het Europese ruimtevaartagentschap ESA heeft op woensdag 2 mei 2012 beslist dat Europa in 2022 een ruimtesonde zal lanceren die de planeet Jupiter en zijn drie belangrijkste manen van nabij zal bestuderen. De missie kreeg de naam 'JUpiter ICy moons Explorer' (JUICE) en moet wetenschappers meer leren over de inwendige structuur van de Jupitermanen Callisto, Europa en Ganymedes. Nadat het ruimtetuig in 2022 in de ruimte zal gebracht worden door een Europese Ariane raket moet JUICE acht jaar laten aankomen bij de grootste planeet uit ons zonnestelsel. Uiteindelijk moet JUICE één keer langs de Jupitermaan Callisto en tweemaal langs de ijsmaan Europa vliegen om zich vervolgens in 2032 in een baan om rond Ganymedes te begeven. Dit is de grootste maan uit ons zonnestelsel en is ook de enige met een eigen magnetisch veld. Wetenschappers zijn al vele jaren enorm geboeid door deze bijzondere Jupitermaan aangezien men vermoed dat er zich onder ijskorst van Europa een vloeibare oceaan bevindt waar leven mogelijk zou kunnen zijn. Ook de andere twee manen beschikken over een interne warmtebron waardoor dit voor wetenschappers zeer interessant is. JUICE moet uiteindelijk het eerste ruimtetuig worden dat zich in een vaste baan begeeft rond een Jupitermaan. De JUICE-missie maakt deel uit van ESA's Cosmic Vision 2015 - 2025 programma en werd gekozen uit een selectie van drie voorstellen. De twee niet-geselecteerde missies zijn de New Gravitational wave Observatory (NGO) en de Advanced Telescope for High-Energy Astrophysics (ATHENA). Oorspronkelijk zou de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA meegewerkt hebben aan deze missie in de vorm van een tweede ruimtetuig maar ESA maakte in 2011 een nieuw ontwerp voor deze missie nadat NASA zich had teruggetrokken omwille van budgettaire redenen. De JUICE-missie heeft een prijskaartje van 830 miljoen euro.
Europa brengt derde ATV-vrachtmodule in de ruimte
Op donderdag 23 maart 2012 bracht Europa met succes zijn derde Automated Transfer Vehicle (ATV) in de ruimte. De 61ste Ariane 5 draagraket vertrok om 05u34 Belgische tijd vanop het ELA-3 lanceerplatform op de Europese lanceerbasis in Frans-Guyana en zette 63 minuten later probleemloos de 20,7 ton zware onbemande vrachtmodule uit in een lage baan om de Aarde op een hoogte van 270 kilometer. Deze derde ATV, die genoemd werd naar de Italiaanse natuurkundige Edoardo Amaldi, moet in totaal 6,6 ton aan vracht naar het internationaal ruimtestation ISS brengen. Indien alles verloopt zoals gepland moet de derde ATV zich op 28 maart 2012 om 23u51 Belgische tijd automatisch vasthechten aan het Russische gedeelte van het ISS. Net zoals zijn twee voorgangers werd ook deze derde ATV gebouwd in opdracht van het Europese ruimtevaartagentschap ESA door een industrieel consortium onder leiding van EADS Astrium. Elke ATV is tien meter lang, heeft een diameter van 4,5 meter en kan naast gewone vracht ook brandstof, zuurstof en water naar het ISS brengen. Eenmaal in de ruimte ontvouwt elke ATV vier zonnepanelen waardoor het gevaarte dan een spanwijdte heeft van 22,3 meter. Binnenin elke ATV bevindt zich een onder druk gebrachte opslagruimte van 48 kubieke meter waarin de ISS-bewoners zich vrij kunnen begeven. Deze derde geslaagde ATV-lancering is voor de Europese ruimtevaart opnieuw een groot succes aangezien de ATV's vandaag de dag de grootste ruimtetuigen zijn die het internationaal ruimtestation kunnen bevoorraden.
Klik hier voor alle ESA-foto's van de derde ATV!
Klik hier voor de officiële ATV-blog!
Klik hier voor alle filmpjes over de Europese ATV!

NASA kiest niet voor Mars
Op maandag 13 februari 2012 heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA zijn begroting voor 2013 gepresenteerd. Deze loopt van 1 oktober 2012 tot en met 30 september 2013 en bedraagt in totaal 17,7 miljard dollar. Van bezuinigingen is er niet veel te merken aangezien het NASA-budget in 2012 slechts 59 miljoen dollar meer bedroeg (0,3% meer). Wat wel enorm opvalt aan de begroting voor 2013 is dat NASA fors bespaart op planeetonderzoek. Zo gaat het voorziene budget voor Amerikaans planeetonderzoek met ongeveer 20% omlaag. In de praktijk wil dit zeggen dat NASA de stekker trekt uit de geplande ExoMars Trace Gas Orbiter die NASA in 2016 zou lanceren. Daarnaast zal NASA ook geen bijdrage meer leveren aan de internationale ExoMars rovermissie. In 2009 had NASA nog beloofd om ongeveer 1 miljard euro te investeren in dit project. Voor het Europese ruimtevaartagentschap ESA en zijn lidstaten is dit zeer slecht nieuws aangezien de ExoMars Marsrover een Amerikaans-Europees project was. Europa hoopt nu dat het ExoMars-project toch nog kan gered worden met Rusland als nieuwe partner. Waar wel meer geld wordt aan uitgegeven binnen het NASA-budget voor 2013 is nieuwe ruimtevaarttechnologie en commerciële bemande ruimtevaart. Zo zal NASA aan de ontwikkeling van een nieuwe, zware draagraket en bijhorende bemande ruimtecapsule in 2013 maar liefst 2,9 miljard dollar spenderen. Het voorziene budget voor de opvolger van de Hubble ruimtetelescoop, de James Webb Space Telescope, blijft met zijn 628 miljoen dollar ook ongewijzigd.
Gloednieuwe Vega raket brengt negen satellieten in de ruimte
Dertien februari 2012 zal voor Europa de geschiedenis ingaan als een hoogdag op vlak van ruimtevaart. Vanop de Europese lanceerbasis in Frans-Guyana is op die dag de eerste Vega raket gelanceerd met aan boord maar liefst negen satellieten. De gloednieuwe draagraket vertrok om 11u00 Belgische tijd vanop het vernieuwde ELA 1 lanceercomplex en zette de kunstmanen uit in een lage baan om de Aarde. De hoofdvracht (LARES) werd 55 minuten na de start van de lancering uitgezet op een hoogte van 1 450 kilometer. Vijftien minuten later werden ook de overige satellieten met succes uitgezet. Vega werd ontworpen om Europa een competitieve en betrouwbare lanceercapaciteit te bezorgen wanneer het gaat over kleinere wetenschappelijke en technologische satellieten. Vandaag de dag is Europa, met zijn krachtige Ariane 5 draagraket, al marktleider in het lanceren van zware commerciële kunstmanen voor operatoren over de hele wereld. Doordat de dertig meter grote Vega raket ladingen van 300 kilogram tot 2,5 ton kan lanceren, vervolledigt deze raket de vloot van lanceerraketten die allemaal vanuit Frans-Guyana vertrekken (Ariane 5 en Sojoez). Europa heeft in de ontwikkeling van deze raket zeer veel geïnvesteerd maar gelooft dan ook rotsvast in het mogelijke succes van deze raket aangezien satellieten en wetenschappelijke platformen steeds kleiner worden. Nu de eerste Vega raket met succes gelanceerd werd, kan men vanop de Europese lanceerbasis in Frans-Guyana drie verschillende draagraketten lanceren (Ariane 5, Sojoez en Vega) die gebruikt worden voor verschillende type missies.

Nieuwe Europese Vega-raket klaar voor lancering
Op de Europese lanceerbasis in Frans-Guyana staat de nieuwe Europese Vega-raket klaar voor zijn eerste lancering. Afgelopen week werd de assemblage van de eerste Vega-raket afgerond doordat het vrachtruim, met daarin negen satellieten, bovenop de raket bevestigd werd. Tijdens zijn eerste missie moet de Vega twee Italiaanse satellieten en zeven zogenaamde CubeSats in de ruimte moeten brengen. CubeSats zijn goedkope microsatellieten die 10x10x10 centimeter groot zijn en vaak gebouwd worden door universiteiten of onderzoeksinstellingen. De lancering van de eerste Vega is voorzien voor 9 februari 2012. De 30 meter grote Vega-raket zal steeds gelanceerd worden vanop het ELA-1 lanceercomplex in Frans-Guyana dat tussen 1979 en 1989 ook al de thuisbasis was van de Ariane 1 en Ariane 3 raketten. In 1998 nam het Europese ruimtevaartagentschap ESA het ontwerp van de Vega over van Italië waarna zeven ESA-lidstaten, waaronder ook België, meewerkten aan de realisatie van dit nieuw lanceermiddel. Nu de Vega-raket klaar is voor zijn eerste missie hoopt Europa ook de markt van de kleine satellieten te kunnen veroveren. Dankzij de krachtige Ariane 5 draagraketten is Europa vandaag de dag al marktleider in het lanceren van zware commerciële vrachten maar steeds meer bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstellingen investeren vandaag de dag ook in kleine, goedkope satellieten. Vega moet hier nu een antwoord op bieden. De raket bestaat uit vier rakettrappen waarvan drie functioneren op een vaste brandstof en kan kleine tot middelgrote satellieten tot 2 ton in een lage baan om de Aarde brengen.
Verbergt Jupitermaan Europa net onder zijn ijskorst meren?
Amerikaanse wetenschappers van de Universiteit van Texas zijn aan de hand van beelden, die tussen 1995 en 2003 gemaakt werden door de Galileo ruimtesonde, tot de ontdekking gekomen dat er zich op slechts enkele kilometers onder de ijskorst van de Jupitermaan Europa grote 'meren' van vloeibaar water moeten bevinden. Tot nog toe werd aangenomen dat dit water zich veel dieper onder de ijskorst zou bevinden. Onderzoekers hadden eerder al ontdekt dat Europa gehuld is in een dikke ijskorst waaronder zich een oceaan van vloeibaar water bevindt. Bovenop de ijskorst bevindt zich een chaotisch terrein wat voor de wetenschap tot op heden een groot mysterie was. Uiteindelijk heeft men soortgelijke processen op Aarde vergeleken en kwam men tot de vaststelling dat zich op een diepte van slechts drie kilometer onder de ijskorst van Europa grote bellen van water moeten bevinden. Interactie tussen de onderliggende bellen en het ijs aan het oppervlak van de ijskorst van Europa zou ervoor zorgen dat het oppervlak enorm verbrokkeld is. Om tot deze conclusie te komen heeft men ondermeer gekeken naar de manier hoe vulkanen op Aarde de ijskappen verstoren. Indien deze nieuwe theorie klopt, betekent dit wellicht ook dat er tussen de diepe oceaan en het oppervlak van de Jupitermaan een uitwisseling van warmte en mineralen plaatsvindt. Hierdoor is Europa een zeer goede kandidaat om leven te bevatten. Of de onderzoekers het aan het juiste eind hebben, zal wellicht een onbemande ruimtesonde moeten aantonen die Europa van nabij bestudeert. Momenteel zijn er plannen tussen de Verenigde Staten en Europa voor de dergelijke gezamenlijke missie die rond 2020 zou moeten van start gaan.
Ijs in het (nieuwe) zonnestelsel
Sinds 2006 heeft de Internationale Astronomische Unie (IAU) de samenstelling van het zonnestelsel gewijzigd in 8 planeten, 5 dwergplaneten, een asteroïdengordel, de Edgeworth-Kuiper gordel, Small Solar System Bodies (SSSB) en de Opïk-Oort wolk, bron van kometen. De aanleiding hiervan was de ontdekking van objecten voorbij de baan van Neptunus, waarvan tenminste één (2003 UB313 later “Eris” hernoemd) groter was dan de planeet Pluto. Ondanks het protest van vele schoolkinderen, telt het nieuwe zonnestelsel nu 4 Aardachtige planeten (Mercurius, Venus, Aarde en Mars) en 4 gasreuzen (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus). De Astronomische Eenheid (AE), de gemiddelde afstand tussen de Zon en de Aarde (150 miljoen kilometer), blijft de meetlat binnen ons zonnestelsel. Ter vergelijking, één lichtjaar is een afstand gelijk aan 63240 AE, en de dichtst bijzijnde ster, Proxima Centauri (sterrenbeeld Centaur) staat op 265600 AE.
Eerste Galileo-satellieten gaan de ruimte in
Vrijdag 21 oktober 2011 zal de geschiedenis ingaan als een zeer belangrijke en feestelijke dag voor de Europese ruimtevaart. Die dag werden vanop de Europese lanceerbasis in Frans Guyana de eerste twee Europese Galileo-navigatiesatellieten met succes in de ruimte gebracht. Bovendien gaat het hier ook om de eerste lancering van een Russische Sojoez draagraket vanop Zuid-Amerikaanse bodem. De lancering had normaal op 20 oktober moeten plaatsvinden maar werd met één dag uitgesteld aangezien men een 'anomalie' opmerkte tijdens het voltanken van de draagraket. De 46 meter lange en 305 ton zware Sojoez-ST raket vertrok uiteindelijk op 21 oktober om 12u30 Belgische tijd vanop het gloednieuwe l'Ensemble de Lancement Soyouz (ELS) lanceercomplex dat zich tien kilometer ten noorden bevindt van het Ariane 5 lanceercomplex. De eerste Europese Galileo-satellieten werden uiteindelijk 3 uur en 49 minuten later uitgezet in een cirkelvormige baan om de Aarde op een hoogte van 23 222 kilometer. Beide kunstmanen maken deel uit van de In-Orbit Validation Phase en moeten de basis vormen van het Europese Galileo-navigatiesysteem. Na deze eerste fase volgt de Full Operational Capability (FOC) fase waarbij men nog eens 26 satellieten in de ruimte zal brengen. Dit was de 1777ste lancering van een Russische Sojoez draagraket.
Missie van André Kuipers heet PromISSe
Op maandag 5 september 2011 heeft de Europese ruimtevaartorganisatie ESA een nieuwe Europese bemande missie voorgesteld die zal uitgevoerd worden door de Nederlandse ruimtevaarder André Kuipers. De missie kreeg de naam 'PromISSe' en staat voor Programme for Research in Orbit Maximising the Inspiration from the Space Station for Europe. Deze naam werd bedacht door de 61-jarige Nederlander Wim Holwerda en werd door ESA gekozen uit 200 inzendingen. Naast de naam werd ook het logo, de zogenaamde patch, voor deze missie bekend gemaakt waarin de symbolen voor wetenschap, technologie, educatie duidelijk in te zien zijn. De zes sterren in het logo stellen de zes leden voor van de Expedition 30 missie waar André Kuipers deel van zal uitmaken. André Kuipers zal in december 2011 samen met de Rus Oleg Kononenko en de Amerikaan Don Pettit naar het internationaal ruimtestation ISS gebracht worden door middel van een Russische Sojoez draagraket. De lancering van Kuipers zal enkele weken later dan gepland plaatsvinden door problemen met de Sojoez raketten die eerst verder moeten onderzocht worden. André Kuipers zal gedurende zes maanden werken en leven aan boord van het ISS. Na zijn eerste ruimtemissie in april 2004, is dit voor de Nederlandse ruimtevaarder zijn tweede ruimtereis.
Tweede Europese ATV maakt zich los van ISS
Europa's tweede Automated Transfer Vehicle (ATV) heeft zich op maandag 20 juni 2011 na iets meer dan vier maanden terug losgemaakt van het internationaal ruimtestation ISS. De ontkoppeling van de ATV vond plaats om 16u46 Belgische tijd. Op dinsdag 21 juni zal de onbemande Europese bevoorradingsmodule opbranden in de atmosfeer van de Aarde. Deze tweede ATV, die de bijnaam 'Johannes Kepler' kreeg, werd op 16 februari 2011 in de ruimte gebracht door een Europese Ariane 5 raket en hechtte zich acht dagen later automatisch vast aan de Russische Zvezda module van het ISS. Op het moment van de lancering had deze tweede ATV een gewicht van 20 ton. Johannes Kepler bracht ongeveer zeven ton aan bevoorrading naar het ruimtestation waaronder 1,1 ton aan cargo, 100 kilogram zuurstof, 850 kilogram brandstof en 4,5 ton brandstof om het ISS in een hogere baan om de Aarde te brengen. Aangezien deze onbemande Europese vrachtmodule beschikt over een eigen propulsiesysteem kan dit ruimtetuig het ISS in een hogere baan om de Aarde brengen. Op 12, 15 en 17 juni brachten de raketmotoren van Johannes Kepler het ruimtestation uiteindelijk tot op een hoogte van 380 kilometer boven het Aardoppervlak. Johannes Kepler wijzigde op 2 april 2011 ook al eens de baan van het ISS om een eventuele botsing met een stuk ruimteafval te voorkomen. In de weken voor de ontkoppeling werd Johannes Kepler door de ISS-ruimtevaarders volgeladen met 1,2 ton aan afval. Door het stopzetten van het Amerikaanse Space Shuttle programma is de Europese ATV vrachtmodule de belangrijkste bevoorrader geworden van het internationaal ruimtestation ISS. Elke ATV-missie wordt op de voet gevolg vanuit het ATV Control Centre in Toulouse waar de Belg Kris Capelle Lead Mission Director was van deze missie. Begin 2012 is de lancering gepland van de derde ATV. Deze derde ATV kreeg de bijnaam 'Albert Einstein'.