Venusovergang op 6 juni 2012
In de vroege ochtend van woensdag 6 juni 2012 (Belgische tijd) vindt er een Venusovergang plaats. Dit schouwspel is één van de astronomische hoogtepunten van de afgelopen jaren en is een zeer zeldzame gebeurtenis. Zo heeft men sinds het begin van onze jaartelling slechts 26 maal een Venusovergang kunnen aanschouwen. Tijdens een zogenaamde 'Venusovergang' zien we vanop Aarde de planeet Venus voor de Zon schuiven. In de praktijk zien we hoe Venus zich als een klein zwart bolletje voor de Zon beweegt. Dergelijk verschijnsel valt enkel waar te nemen bij de zogenaamde binnenplaneten doordat hun banen zich tussen de Zon en de Aarde bevinden. De volledige overgang op 6 juni duurt bijna zeven uur waarvan enkel het laatste gedeelte in België en Nederland zal te zien zijn wanneer de Zon 's morgens opkomt. Waarnemers kunnen de overgang in België en Nederland vanaf 05u21 zien tot het einde van de overgang om 06u55. Aangezien de volgende Venusovergang pas op 11 december 2117 zal te zien zijn, zal de Venusovergang op 6 juni door miljoenen mensen op Aarde aanschouwt en gefotografeerd worden. Ook vanuit de ruimte zal men dit uitzonderlijk sterrenkundig fenomeen waarnemen. Zo is men van plan de Hubble ruimtetelescoop onrechtstreeks naar de Venusovergang te laten kijken door de Maan te observeren. De Maan reflecteert het licht afkomstig van de Zon en dus ook het licht van de planeet Venus. Sterrenkundigen willen op die manier de chemische samenstelling van het licht van Venus onderzoeken aangezien dit licht via de Maan zal opgevangen worden door de instrumenten aan boord van de legendarische Hubble Space Telescope. Indien u dit uniek verschijnsel zelf wil bewonderen, kan u zich steeds wenden tot één van de vele volkssterrenwachten in Vlaanderen en Nederland. Spacepage zal dit astronomisch evenement eveneens op de voet volgen en vragen of opmerkingen in verband met de Venusovergang kan u altijd posten in het bijhorende forum-topic.
LET OP: KIJK NOOIT RECHTSTREEKS NAAR DE ZON ZONDER BESCHERMING!!!
Subaru-telescoop ontdekt 'rechthoekig' sterrenstelsel
Astronomen hebben met behulp van de Japanse 8,2 meter grote Subaru-telescoop een merkwaardig rechthoekig sterrenstelsel ontdekt. De vorm van dit sterrenstelsel vertoont veel gelijkenissen met de vorm van een smaragd. Op de bewerkte foto van het stelsel is te zien dat zich in de kern een schijfvormige verdeling van vooral jonge sterren bevindt. Volgens de onderzoekers zou de ongebruikelijke rechthoekige vorm van het stelsel een zijaanzicht zijn van een cilindrische verdeling van oudere sterren. Die verdeling zou wellicht het gevolg zijn van een botsing tussen twee kleine spiraalstelsels. Het kleine dwergsterrenstelsel, dat de naam 'LEDA 074886 kreeg, is terug te vinden in het sterrenbeeld Eridanus en bevindt zich in de directe omgeving van het grotere sterrenstelsel NGC 1407 dat 700 miljoen lichtjaar van ons verwijderd is. LEDA 074886 bevat vijftig keer minder sterren als ons eigen Melkwegstelsel en staat op een afstand van ongeveer 70 miljoen lichtjaar. Door het grote verschil in afstand tussen LEDA 074886 en NGC 1407 zijn de onderzoekers er van overtuigd dat er geen fysiek verband is tussen beide stelsels. Het merkwaardige sterrenstelsel werd als toeval ontdekt toen een team van sterrenkundigen uit Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Finland met behulp van de Subaru Prime Focus Camera (Suprime-Cam) bolvormige sterrenhopen onderzochten rondom NGC 1407. Deze ontdekking is voor astronomen van groot belang aangezien sterrenstelsels tot op heden altijd ingedeeld werden in drie groepen: ellipsoïdale stelsels, stelsels met een platte schijf en spiraalarmen en onregelmatig gevormde stelsels.
Twee nieuwe Jupitermaantjes ontdekt
Sterrenkundigen hebben met behulp van de 6,5 meter Baade-telescoop op de Las Campanas sterrenwacht in Chili twee nieuwe maantjes ontdekt rondom de reuzenplaneet Jupiter. De twee kleine maantjes werden in september 2011 al ontdekt en zijn ongeveer één kilometer groot. De twee bewegen zich in wijde, trage banen om Jupiter en hebben een omlooptijd van 580 en 726 dagen. Astronomen vermoeden dat de twee mini-maantjes stukjes van een komeet of asteroïde zijn die ooit werd gevangen door de zwaartekracht van de reuzenplaneet. De twee maantjes, die de namen S/2011 J1 en S/2011 J2 dragen, maken deel uit van de zogenaamde 'retrograde' zwerm van Jupiter. Deze zwerm bestaat uit kleine maantjes die op grote afstand en in verkeerde richting rond Jupiter draaien (tegen de draairichting van de planeet). De banen van de retrograde objecten rondom Jupiter zijn ook sterk geheld en zeer excentrisch. Wetenschappers vermoeden dat er zich nog veel meer van deze objecten in de retrograde zwerm bevinden. Tot op heden staat de teller van het aantal gekende Jupitermanen op 67.
Pluto heeft er een maantje bij
Uit waarnemingen die gemaakt werden met de Amerikaans/Europese Hubble Space Telescope is gebleken dat de dwergplaneet Pluto niet drie maar minstens vier manen heeft. De ontdekking van de vierde maan kwam aan het licht toen sterrenkundigen op zoek gingen naar een mogelijk ringenstelsel rondom Pluto. De nieuwe maan, die voorlopig de naam P4 heeft gekregen, is de kleinste van de vier en is volgens de eerste berekeningen tussen de 12 en 34 kilometer groot. De grootste maan rondom Pluto, Charon, is ruim duizend kilometer groot en de twee overige maantjes, Nix en Hydra, zijn tussen de 32 en 113 kilometer groot. P4 bevindt zich tussen de manen Nix en Hydra en draait wellicht om de 31 dagen om Pluto. Sterrenkundigen vermoeden dat de manen rondom Pluto zijn ontstaan door een botsing van de dwergplaneet met een kleinere soortgenoot. Deze botsing heeft zich wellicht afgespeeld in de beginjaren van het zonnestelsel en zorgde voor een grote hoeveelheid ijzig puin dat de ruimte werd ingeblazen. Dit vrijgekomen puin moet zich volgens wetenschappers later hebben samengeklonterd tot de gekende manen van Pluto. Voor astronomen is de ontdekking van deze vierde maan van groot belang aangezien dit opnieuw bewijst dat we aan de rand van ons zonnestelsel nog steeds niet alles in kaart gebracht hebben. De Amerikaanse New Horizons ruimtesonde, die in 2006 gelanceerd werd, moet in juli 2015 aankomen bij Pluto en moet de dwergplaneet voor het eerst van nabij bestuderen.
Astronomen ontdekken potentieel leefbare exoplaneet
Astronomen hebben rondom de ster Gliese 581 twee nieuwe planeten ontdekt waarvan één niet veel groter is dan de Aarde en sterke gelijkenissen vertoond met onze planeet. De exoplaneet met de naam 'Gliese 581g' zou drie- tot viermaal zo zwaar zijn als onze planeet en draait in iets minder dan 37 dagen om zijn moederster. Dit betekent dat de seizoenen op deze planeet maar enkele dagen duren. Opvallend kenmerk aan deze exoplaneet is dat één kant steeds gericht is naar de bijhorende ster en één kant gehuld is in de eeuwige duisternis. De planeet staat op een afstand van twintig miljoen kilometer van de ster Gliese 581 en is twintig lichtjaren verwijderd van de Aarde. Doordat de bijhorende ster een zogenaamde 'rode dwerg' is, is het op Gliese 581g niet extreem warm waardoor wetenschappers er van overtuigd zijn dat deze exoplaneet 'leefbaar' zou kunnen zijn. Deze belangrijke ontdekking komt drie jaar nadat sterrenkundigen een gelijkaardige exoplaneet ontdekten rondom dezelfde ster. De twee ontdekkingen bewijzen dat exoplaneten die gelijkenissen vertonen met onze Aarde geen uitzondering zijn. Volgens Dr. Steven Vogt van de University of California is de kans op leven op de exoplaneet Gliese 581g zeer groot en zouden er wel eens tientallen miljarden van deze zonnestelsels in het heelal kunnen bestaan.
Eindigen zware sterren dan toch niet altijd als een zwart gat?
Europese sterrenkundigen hebben met behulp van ESO's Very Large Telescope (VLT) in Chili voor het eerst kunnen aantonen dat een magnetar (soort neutronenster met een ongelooflijk sterk magnetisch veld) ontstaan is uit een een ster die zeker 40 maal zo zwaar was als onze zon. Deze bevindingen zijn in strijd met de hangbare kennis over de evolutie van sterren aangezien astronomen er van uitgaan dat dergelijke sterren eindigen als een zwart gat. Hierdoor ontstaat de vraag hoe zwaar een ster wel moet zijn om een zwart gat te kunnen worden. De Europese astronomen hebben voor deze ontdekking de bijzondere sterrenhoop Westerlund 1 zeer gedetailleerd waargenomen met het FLAMES-instrument. Deze sterrenhoop bevindt zich op een afstand van 16 000 lichtjaar en in het sterrenbeeld Altaar en bevat honderden zeer zware sterren. Sommige van deze sterren produceren een miljoen keer zoveel licht als onze zon en zijn bijna 2 000 maal zo groot. In Westerlund 1 bevindt zich één van de weinig gekende magnetars waarvan het magentisch veld duizend biljoen maal zo sterk is als dat van de Aarde. Doordat deze magnetar zich in deze sterrenhoop bevindt, moet hij zijn ontstaan uit een ster die minstens veertig maal zo zwaar was als de zon.
Astronomen ontdekken zwaarste ster ooit
Een internationaal team van astronomen heeft met behulp van instrumenten van ESO's Very Large Telescope (VLT) in Chili en archiefgegevens van de Hubble Space Telescope de zwaarste ster ooit ontdekt. Een van de onderzochte sterren door het team, dat onder leiding stond van Paul Crowther, was bij zijn geboorte meer 300 maal zo zwaar als onze zon en maakt deel uit van de sterrenhoop R136. Deze verzameling van zware en hete sterren bevindt zich in de Tarantulanevel en maakt deel uit van de Grote Magelhaense Wolk. De zwaarste ster ooit is iets meer dan een miljoen jaar oud en heeft in zijn korte leven al een vijfde van zijn massa afgestoten door zijn enorme omvang. Momenteel is de ster 265 maal zo zwaar als onze zon en bij zijn geboorte moet R136a1 maar liefst 320 zonmassa's gehad hebben. Indien deze gigantische ster zich op de plaats zou bevinden van onze zon, zou het verschil in licht net zo groot zijn als dat tussen de maan en de zon. R136a1 is hierdoor nu niet enkel de zwaarste ster maar is nu ook de ster met de grootste lichtkracht (10 miljoen keer zo groot als de zon). In de sterrenhoop R136 bevinden zich slechts vier sterren die bij hun geboorte zwaarder waren dan 150 zonmassa's. Toch produceren de vier sterren samen bijna de helft van de deeltjeswind en het stralingsvermogen van de totale sterrenhoop die uit meer dan 100 000 sterren bestaat. Dergelijke zware sterren zijn zeer uitzonderlijk en ontstaan enkel in zeer compacte sterrenhopen. Zware sterren kennen een korte levensduur en produceren een zeer sterke deeltjeswind waardoor deze sterren hun geheimen niet makkelijk prijsgeven voor sterrenkundigen.
Ster loopt weg uit stervormingsgebied
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft door middel van de Cosmic Origins Spectrograph aan boord van de Hubble ruimtetelescoop en observatoria op Aarde een ster ontdekt die met grote snelheid door het heelal raast. Volgens de astronomen behoorde de ster ooit toe aan de sterrenhoop R136 die deel uitmaakt van de Grote Magelhaense Wolk. De ster verplaatst zich met een snelheid van 400 000 kilometer per uur en maakt deel uit van de 'sterrenfabriek' 30 Doradus dat beter bekend is als de 'Tarantula Nebula'. Met de snelheid van de ster zou de mens op twee uur tijd heen en terug kunnen reizen naar de maan. Het stervormingsgebied 30 Doradus is bekend om zijn zware sterren aangezien hier al sterren zijn ontstaan die meer dan honderd maal zo zwaar zijn als onze zon. De ontsnapte ster zou een massa hebben van ongeveer 90 maal die van de zon en een leeftijd van één tot twee miljoen jaar. Wat de reden is voor de enorme snelheid waarmee de ster zich voortbeweegt, is tot op heden nog steeds onduidelijk maar men vermoed dat de ster is weggeslingerd na een ontmoeting met nog één of meerdere zware sterren. Inmiddels zou de jonge ster al een afstand afgelegd hebben van 375 lichtjaar.
Mysterieus object in M82 is microquasar
Astronomen zijn tot de conclusie gekomen dat een mysterieuze bron van radiostraling in het sterrenstelsel M82 wellicht een microquasar is. Deze vaststelling werd op 14 april bekend gemaakt op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. Microquasars zijn zwarte gaten die zich in een baan bevinden om een gewone ster en waarbij gas van de ster in het zwarte gat valt. Dit veroorzaakt twee krachtige straalstromen van snel bewegende gasdeeltjes die sterrenkundigen 'jets' noemen. Kenmerkend aan deze jets is dat deze radiostraling uitzenden. Het sterrenstelsel M82 is een actief stelsel dat zich op een afstand bevindt van ongeveer 10 miljoen lichtjaar. In mei 2009 ontdekten sterrenkundigen plots een mysterieuze bron van radiostraling nabij de kern van het sterrenstelsel. Onderzoekers concludeerden al snel dat de bron geen overblijfsel was van een supernova explosie aangezien hun helderheid in de loop van de tijd afneemt. De mysterieuze bron behield echter op radiogolflengten zijn helderheid en uit metingen blijkt ook dat de bron zich verplaatst. Astronomen gespecialiseerd in radioastronomie van het Jodrell Bank Observatory zijn er nu van overtuigd dat de bron een microquasar is.
Astronomen 'wegen' zwart gat
Sterrenkundigen zijn er in geslaagd om een zwart gat te 'wegen' dat zich in een ander sterrenstelsel bevindt. Het zwart gat maakt deel uit van het sterrenstelsel NGC 300 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 6 miljoen lichtjaar. Met behulp van de Very Large Telescope in Chili hebben de astronomen kunnen achterhalen dat het zwart gat een massa heeft van minimaal 15 zonmassa's en deze samen met een zware ster een dubbelster systeem vormt. Dit is het op één na zwaarste stellaire zwarte gat dat tot nu toe gevonden werd. Sterrenkundigen hebben weliswaar in het verleden al veel zwarte gaten ontdekt, maar deze zijn bekend als 'superzware zwarte gaten' en bevinden zich in de kernen van sterrenstelsels. Enkele jaren geleden ontdekte men al met de XMM-Newton en Swift röntgensatellieten het stellaire zwarte gat in NGC 300 doordat de materie die het zwart gat opslokt van zijn naburige ster extreem hoge temperaturen bereikt en hierdoor een bron van röntgenstraling wordt. Wellicht is het zwart gat een overblijfsel van een zware ster die als een supernova uit elkaar gespat is. De begeleidende ster die bij het zwart gat hoort, nadert eveneens zijn einde en zal wellicht over minder dan 1 miljoen jaar eveneens eindigen als zwart gat.