In de vroege ochtenduren van 3 februari 1979 voltrok zich boven Vliegbasis Soesterberg een gebeurtenis die tot op de dag van vandaag wordt beschouwd als een van de meest opmerkelijke en controversiële UFO-waarnemingen in Nederland. Wat deze zaak onderscheidt van vele andere meldingen van ongeïdentificeerde vliegende objecten, is niet alleen de locatie, een zwaar bewaakte NAVO-luchtmachtbasis midden in de Koude Oorlog, maar vooral het grote aantal professionele, getrainde ooggetuigen die onafhankelijk van elkaar een vrijwel identiek verschijnsel rapporteerden.
Ondanks officiële verklaringen en pogingen tot rationalisering is het incident nooit sluitend verklaard. Dit artikel biedt een zeer uitgebreide, gedetailleerde en contextuele beschrijving van wat er werd waargenomen, hoe de autoriteiten reageerden, en welke mogelijke verklaringen sindsdien zijn geopperd. Om het belang van de waarneming te begrijpen, is het noodzakelijk stil te staan bij de rol van Vliegbasis Soesterberg in 1979. De basis, gelegen nabij Soest en Amersfoort, was sinds de jaren vijftig een cruciaal onderdeel van de Nederlandse luchtverdediging en maakte integraal deel uit van de NAVO-structuur. Naast Nederlandse F-104 Starfighters waren er ook Amerikaanse luchtmachteenheden gestationeerd, waaronder personeel en materieel van de United States Air Force. De nabijgelegen Amerikaanse enclave Camp New Amsterdam versterkte het internationale karakter van de basis. Het was de hoogtijdagen van de Koude Oorlog. Spanningen tussen Oost en West waren groot, luchtruimschendingen werden serieus genomen en ongeautoriseerde objecten in het luchtruim van een NAVO-basis golden als potentiële dreiging. Beveiligingsprocedures waren streng, waarnemingen werden geregistreerd en het personeel was getraind in het herkennen van conventionele vliegtuigen, helikopters, lichtsignalen en andere bekende luchtverschijnselen. Tegen deze achtergrond vond het incident plaats.
Eerste waarneming
De waarneming vond plaats op zaterdag 3 februari 1979, rond 05:45 uur ’s ochtends. Het was nog donker; de zon was nog niet opgekomen. De weersomstandigheden waren stabiel: koud, helder tot licht bewolkt, met weinig wind. Er was sprake van winterse kou, mogelijk met temperatuurinversie, een meteorologisch detail dat later een rol zou spelen in de officiële verklaring. Op dat moment waren meerdere leden van de Luchtmacht Beveiliging (LB) op verschillende posten rondom de basis actief. Deze posten lagen verspreid langs de start- en landingsbanen, hekken en toegangswegen. De militairen stonden via portofoons met elkaar en met de centrale meldkamer in verbinding. De gebeurtenis begon toen een van de bewakers een ongewoon fel licht in de lucht opmerkte. Aanvankelijk werd gedacht aan een helikopter of een naderend vliegtuig, maar al snel bleek dat het waargenomen object niet overeenkwam met bekende luchtvaartuigen. Via de portofoon werd contact gelegd met andere posten, die vrijwel gelijktijdig meldden dat zij hetzelfde object zagen. Binnen korte tijd waren tien tot twaalf militairen getuige van het verschijnsel, verspreid over meerdere locaties op de basis. Dit is een cruciaal aspect: het ging niet om één enkele waarnemer, maar om meerdere personen die elkaar niet konden beïnvloeden door directe visuele interactie, en die toch opvallend consistente beschrijvingen gaven.
Absolute stilte
Volgens de ooggetuigen ging het om een groot object, aanzienlijk groter dan een helikopter, dat laag over de basis vloog. De vorm werd omschreven als driehoekig, ruitvormig of boemerangachtig. Aan de onderzijde bevonden zich meerdere extreem felle witte lichten, meestal beschreven als drie hoofdlichten die een geometrisch patroon vormden. Sommige getuigen meldden daarnaast een zwakker rood of oranje licht aan de achterzijde. Wat bijzonder opviel, was de intensiteit van het licht. Meerdere militairen verklaarden later dat de lichtbundels de grond en zelfs delen van de startbaan zodanig verlichtten dat het leek alsof er een zoeklicht werd gebruikt. De vergelijking werd gemaakt dat men “een krant had kunnen lezen” bij dat lichtniveau. Het object bewoog langzaam en gecontroleerd, zonder zichtbare vleugels, rotorbladen of uitlaatgassen. Er was geen hoorbaar motorgeluid. Geen straalmotor, geen rotor, geen typische helikopterklank, absolute stilte, ondanks de lage vlieghoogte die door sommigen werd geschat op slechts enkele honderden meters. Het object leek enige tijd boven of langs de basis te zweven of zeer langzaam te bewegen, alsof het de omgeving observeerde. Vervolgens versnelde het plotseling en verdween het in korte tijd uit het zicht. Deze plotselinge versnelling werd door meerdere getuigen benadrukt en als “onmogelijk voor een conventioneel vliegtuig” omschreven. Het object volgde geen herkenbaar vliegpad en leek zich niets aan te trekken van luchtverkeersregels of standaard naderingsroutes. Ook dit voedde de verwarring onder het personeel.
Reactie van militairen en media aandacht
Veel van de betrokken militairen gaven later aan dat zij aanvankelijk aarzelden om het incident te melden of erover te praten. UFO-waarnemingen hadden (en hebben) een stigma; men vreesde niet serieus genomen te worden of zelfs bespot te worden. Toch besloten meerdere getuigen hun verhaal te delen, mede omdat ze wisten dat collega’s exact hetzelfde hadden gezien. Later werd duidelijk dat sommige getuigen intern onder druk werden gezet om er niet verder over te spreken. Er was geen sprake van een officieel zwijggebod, maar de boodschap was duidelijk: men moest voorzichtig zijn met uitspraken. Het incident kreeg bekendheid toen het radioprogramma VPRO Expres het verhaal oppikte. In april 1979 werd een uitgebreide reconstructie uitgezonden, waarbij tien van de betrokken militairen anoniem of met gedeeltelijke herkenbaarheid hun verhaal deden. Deze reconstructie was uitzonderlijk voor die tijd en gaf een zeldzaam inkijkje in een militair UFO-incident. De getuigen benadrukten in deze uitzending hun verbazing, hun onzekerheid en hun frustratie over het gebrek aan serieuze opvolging. De reconstructie maakte diepe indruk op luisteraars en zorgde ervoor dat Soesterberg definitief een plaats kreeg in de Nederlandse UFO-geschiedenis.
Officiële verklaringen van Defensie
De reactie van het Ministerie van Defensie was terughoudend en zakelijk. Er werd gesteld dat er geen aanwijzingen waren voor een vijandig of onbekend luchtvaartuig. Als mogelijke verklaring werd gewezen op een meteorologisch verschijnsel, met name een luchtspiegeling (fata morgana) veroorzaakt door temperatuurinversie. Volgens deze uitleg zouden lichten van auto’s of andere grondbronnen, mogelijk van nabijgelegen wegen, door bijzondere atmosferische omstandigheden omhoog zijn gereflecteerd en vervormd, waardoor het leek alsof ze zich in de lucht bevonden en bewogen. Deze verklaring werd nooit uitgebreid onderbouwd met meetgegevens of specifieke reconstructies, wat bijdroeg aan scepsis, vooral onder de ooggetuigen zelf.
Mogelijke verklaringen
De betrokken militairen verwierpen de luchtspiegelingstheorie vrijwel unaniem. Zij wezen erop dat de waargenomen beweging, de hoogte, de scherpe contouren en de gecoördineerde verplaatsing niet passen bij bekende optische illusies. Bovendien zou een luchtspiegeling geen plotselinge versnelling kunnen verklaren, noch de indruk van een solide object met vaste lichtconfiguratie. Ook het feit dat het object boven een militaire basis leek te manoeuvreren en niet boven een openbare weg, maakte de verklaring voor velen ongeloofwaardig. Een andere vaak genoemde hypothese is dat het ging om een geheim militair project of experimenteel toestel, mogelijk van Amerikaanse makelij. In de jaren zeventig werd gewerkt aan stealth-technologie, alternatieve vliegtuigvormen en nieuwe voortstuwingsconcepten. Zulke projecten waren strikt geheim en werden soms getest zonder lokale autoriteiten volledig te informeren. Tegen deze theorie pleit echter dat er geen enkel hard bewijs is dat dergelijke tests boven Nederlands grondgebied, en specifiek boven Soesterberg, zouden zijn uitgevoerd. Bovendien blijven veel betrokkenen sceptisch over de geruisloosheid en het vluchtgedrag van het object. Sceptici wijzen op de mogelijkheid van collectieve misinterpretatie. In de vroege ochtend, onder vermoeidheid en spanning, kunnen lichtpunten verkeerd worden geïnterpreteerd. Groepsdynamiek kan waarnemingen versterken en uniformeren. Toch wordt deze verklaring vaak als onvoldoende beschouwd, juist vanwege de professionele achtergrond van de waarnemers en de mate van detail en consistentie in hun verklaringen.
Documentaire
In november 2023 ging de documentaire De UFO’s van Soesterberg in première, geregisseerd en geproduceerd door de Nederlandse filmmaker en UFO‑onderzoeker Bram Roza. Dit project geldt als de eerste Nederlandse documentaire over UFO’s, en richt zich uitvoerig op de bekende waarneming boven Vliegbasis Soesterberg op 3 februari 1979. Roza werkte maar liefst vijf jaar aan de film, waarin hij het 1979‑incident, de context van de Koude Oorlog, en andere onverklaarde waarnemingen rondom de basis diepgaand onderzoekt. Volgens Roza zelf is de waarneming door twaalf getrainde militairen niet alleen een van de meest gedocumenteerde UFO‑gevallen in Nederland, maar ook — wereldwijd gezien — bijzonder omdat het incident zo gestructureerd én met meerdere getuigen tegelijk plaatsvond. De documentaire reconstrueert de gebeurtenissen van die ochtend via interviews met direct betrokkenen, waaronder voormalige beveiligingsmilitairen, journalisten en onderzoekers. Door middel van geanimeerde illustraties en andere visuele middelen worden de verhalen en waarnemingen in beeld gebracht, waardoor de kijker een helder en levendig beeld krijgt van wat er volgens getuigen gebeurde. Een belangrijk thema in de film is de vraag waarom deze waarneming destijds nauwelijks serieus werd opgepakt door officiële instanties, en waarom er decennialang weinig openheid of vervolgonderzoek is geweest. De documentaire toont dat de militairen destijds, ondanks hun professionele achtergrond, weinig steun kregen voor hun verklaringen en vaak met scepsis werden geconfronteerd. De documentaire behandelt ook aanvullend materiaal dat Roza tijdens zijn onderzoek vond: naast de waarneming van 1979 duikt hij in andere, minder bekende UFO‑meldingen rond de basis en in de regio. Hiermee plaatst hij het Soesterberg‑incident in een bredere context van onverklaarde luchtverschijnselen in Nederland. De UFO’s van Soesterberg heeft een breed publiek bereikt: de film werd getoond op diverse filmfestivals, kreeg aandacht in Nederlandse filmhuizen en trok internationale interesse. Bovendien heeft de documentaire prijzen gewonnen, zoals de award voor Beste Documentaire tijdens het Midwest Weirdfest in de Verenigde Staten, wat aangeeft dat het onderwerp ook buiten Nederland resoneert.








