Wanneer de vier astronauten van Artemis II voor het eerst in meer dan 50 jaar opstijgen om naar de maan te reizen, reist Europa met hen mee, niet alleen via de Europese servicemodule die hun ruimtevaartuig van energie voorziet, maar ook via teams van ingenieurs en medische specialisten die elke beweging vanaf de aarde nauwlettend volgen. Van ESA-centra in Nederland en Duitsland tot het Mission Control Center van NASA in Houston: Europese experts zullen de missie 24 uur per dag volgen, gegevens analyseren, risico's inschatten en ervoor zorgen dat zowel de bemanning als hun ruimtevaartuig tijdens de hele reis veilig blijven.
Houston – Mission Evaluation Room
Vlak naast de historische Apollo-vluchtleidingskamer in het Johnson Space Center van NASA bevindt zich de Mission Evaluation Room (MER). Hier zullen meer dan 200 specialisten van NASA, ESA, Airbus en Lockheed Martin de prestaties van Orion tot in detail analyseren en de vluchtleiders in realtime adviseren. Europese ingenieurs houden vanuit hun module druk, temperatuur, spanning, brandstofniveaus en meer in de gaten, vooral tijdens dynamische fasen van de missie, zoals het ontbranden van de motoren. Terwijl de vluchtleiders het ruimtevaartuig besturen, kent het MER-team het ruimtevaartuig door en door en biedt het diepgaande kennis van de subsystemen en langetermijnanalyses. “Onze taak in de MER is niet alleen monitoren, maar ook anticiperen”, zegt Luca Fossati, ESM-missie- en vluchtoperatiesysteemingenieur bij ESA. “Als we iets zien dat zich niet precies gedraagt zoals het hoort, zelfs als het nog geen anomalie is, proberen we dat te voorkomen. Ons doel is vooruit te kijken en problemen te vermijden voordat ze zich voordoen.” Ook in Houston zullen vertegenwoordigers van het Space Medicine Team van ESA de missieoperaties observeren, samen met internationale partners van NASA, het Canadian Space Agency (CSA) en het Japanese Aerospace Exploration Agency (JAXA). Vanuit een speciale observatieruimte met toegang tot realtime gegevens en communicatie zullen zij medische activiteiten, draagbare systemen zoals EveryWear en besluitvormingsprocessen volgen, de coördinatie met het European Astronaut Centre van ESA versterken en de Europese ruimtevaartgeneeskunde voor de verre ruimte bevorderen.
Nederland – Eagle Room
In het technische centrum ESTEC van ESA in Nederland fungeert een ruimte met de naam Eagle als het Europese knooppunt voor missie-evaluatie van de Europese Servicemodule. Ingenieurs houden het ruimtevaartuig 24 uur per dag in de gaten via speciale consoles voor de besturing, voortstuwing, avionica, thermische regeling en levensondersteunende systemen, mechanismen en stroomvoorziening, en veiligheid. De teams analyseren een continue stroom van live telemetriegegevens van het ruimtevaartuig en staan klaar om op elke afwijking te reageren. Eagle staat in directe verbinding met de Mission Evaluation Room in het Johnson Space Center van de NASA in Houston, waarmee samen een trans-Atlantisch netwerk van experts wordt gevormd die Orion beter kennen dan wie dan ook. “Omdat wij het ruimtevaartuig hebben gebouwd, kennen we elk onderdeel ervan, tot aan de laatste sensor toe. Daarom kunnen we in geval van afwijkingen met vertrouwen beoordelen of de missie veilig kan worden voortgezet en hoe we tijdens de vlucht de nodige aanpassingen kunnen doorvoeren,” vertelt Michael Flach, architect van het subsysteem voor orbitale voortstuwing voor de Europese servicemodule bij Airbus. Door vanuit Europa te werken, blijft het team ook nauw verbonden met de industriële partners in 10 ESA-lidstaten die de module hebben gebouwd. Vanuit Eagle kunnen ingenieurs indien nodig rechtstreeks met toeleveranciers overleggen, terwijl ze doorwerken aan toekomstige European Service Modules en andere verkenningsmissies.
Duitsland – EveryWear
In het European Astronaut Centre (EAC) van de ESA, nabij Keulen in Duitsland, bereidt een ander team zich voor om de missie te ondersteunen: de ingenieurs achter EveryWear, een beveiligde app voor medische monitoring die in Europa is ontwikkeld en al bijna tien jaar op het internationale ruimtestation ISS wordt gebruikt. EveryWear is oorspronkelijk ontwikkeld door MEDES voor het Franse ruimteagentschap CNES en stelt astronauten in staat om hun voeding en medicijngebruik bij te houden, medische vragenlijsten in te vullen en privé en veilig te communiceren met vluchtartsen. Voor Artemis II is de software aangepast van de iOS-tablets van het station naar de Windows-systemen van Orion. Beveiliging staat centraal in het systeem. Alle medische gegevens worden bij de bron versleuteld en zijn alleen toegankelijk voor de beoogde ontvanger met behulp van een privésleutel. Aangezien er geen ESA-astronauten aan boord zijn van Artemis II, heeft het EAC-team geen toegang tot de medische gegevens van de bemanning. In plaats daarvan voorziet deze in Europa ontwikkelde software de vluchtartsen van NASA en CSA van de beveiligde tools die ze nodig hebben om de gezondheid van hun astronauten gedurende de hele missie te monitoren. “Onze vier teamleden zullen gedurende de hele missie achter de console zitten, klaar om alle vragen van de bemanning of het vluchtcontroleteam te beantwoorden”, legt Salvi Verma, hoofd van het EveryWear-operatieteam bij ESA, uit. “Het ideale scenario is dat de software perfect functioneert en wij alleen maar meeluisteren, maar we zijn voorbereid om eventuele problemen snel op te lossen.”
Samen vormen de teams van Houston MER, ESTEC Eagle Room en EAC EveryWear een netwerk van Europese waarnemers voor de Artemis II-missie, dat continenten en tijdzones overspant en unieke expertise biedt, variërend van subsystemen van ruimtevaartuigen tot het monitoren van de gezondheid van astronauten. Hun gecoördineerde werk onderstreept de Europese traditie op het gebied van bemande ruimtevaart en de toewijding om het succes van de missie te waarborgen.
Bron: ESA








