Voor amateur astronomen die planeten observeren, is de planetaire fase een boeiend verschijnsel dat direct te maken heeft met hoe wij deze hemellichamen vanaf de aarde waarnemen. Net zoals onze maan verschillende fasen vertoont – van nieuw tot vol – kunnen ook planeten gedeeltelijk verlicht zijn, afhankelijk van hun positie ten opzichte van de zon en de aarde.
Wat is de planetaire fase?
De planetaire fase beschrijft het deel van een planeet dat vanaf de aarde verlicht lijkt door zonlicht. Omdat planeten niet zelf licht uitstralen maar zonlicht reflecteren, zien we alleen het gedeelte dat door de zon beschenen wordt én dat tegelijkertijd naar ons toe gericht is. Net als bij de maan ontstaan hierdoor verschillende verschijningsvormen: van een volle, ronde schijf tot een halve schijf of zelfs een smalle sikkel. De fase van een planeet hangt volledig af van de belichtingshoek – de hoek tussen de zon, de planeet en de aarde. De term "fase" wordt gebruikt omdat we hier hetzelfde fenomeen zien als bij de maanfasen, maar dan toegepast op planeten. Het gaat om het zichtbare gedeelte van het verlichte halfrond. Bij planeten die tussen de aarde en de zon staan (Mercurius en Venus), zijn de faseveranderingen het meest dramatisch. Bij planeten voorbij de aardbaan zijn de effecten subtieler maar nog steeds waarneembaar.

Fases van de inferieure planeten.
Welke planeten vertonen duidelijke fasen?
Mercurius en Venus zijn de kampioenen van faseveranderingen. Venus is hierbij het meest spectaculair: door een verrekijker of telescoop kun je deze planeet zien veranderen van een kleine, bijna volle schijf (wanneer Venus aan de overzijde van de zon staat) tot een grote, prachtige sikkel (wanneer Venus tussen de aarde en de zon door beweegt). Galileo Galilei's waarneming van de fasen van Venus in 1610 was cruciaal bewijs voor het heliocentrische wereldbeeld. Mars vertoont ook fasen, maar veel subtieler. Op het moment dat Mars in kwadratuur staat (90 graden hoekafstand van de zon), kunnen scherpe waarnemers een lichte afgeplatte kant zien – de planeet is dan voor ongeveer 85-90% verlicht. De buitenplaneten Jupiter en Saturnus vertonen nauwelijks merkbare fasen omdat ze zo ver van de zon staan. Vanaf de aarde zien we ze vrijwel altijd volledig verlicht.








